Margeregeling of btw-auto? Het verschil voor je inkoop
De regeling hangt niet aan de auto maar aan de herkomst. Wat de wet letterlijk voorschrijft, en waarom je dat vóór je bod moet weten.
Twee auto’s, hetzelfde model, hetzelfde bouwjaar, dezelfde kilometerstand — en toch een ander netto resultaat, afhankelijk van hoe ze zijn ingekocht. Dat verschil zit niet in het voertuig maar in de omzetbelasting, en de regels ervoor staan verrassend kort en concreet in de wet. Hieronder wat er letterlijk staat, en wat dat voor je bod betekent.
Kort antwoord
Wat zegt de wet precies?
Artikel 28b, eerste lid regelt de kern in één zin: bij levering van gebruikte goederen door een wederverkoper wordt, in afwijking van de hoofdregel, “de belasting berekend over de winstmarge”. Diezelfde bepaling definieert die marge als het verschil tussen de vergoeding en wat de wederverkoper zelf voor het goed heeft betaald.
Een detail dat vaak misgaat
Het woord “margeregeling” komt in de wet niet voor — en “globalisatieregeling” evenmin. Dat zijn praktijktermen. De wet spreekt van belasting berekend over de winstmarge (28b) en over de winstmarge per tijdvak van aangifte (28d). Handig om te weten wanneer je iets probeert op te zoeken en niets vindt.
Wanneer mag je de regeling toepassen?
Alleen wanneer de auto aan jou is geleverd door één van de in artikel 28b, tweede lid genoemde partijen. Het is een gesloten opsomming — staat je leverancier er niet tussen, dan geldt de regeling niet:
- een ander dan een ondernemer (in de praktijk: een particulier);
- een ondernemer die vrijgesteld leverde op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel r;
- een ondernemer die de kleineondernemersregeling van artikel 25a toepast, mits het gaat om een in zijn bedrijf gebruikte roerende zaak waarop hij afschrijft of zou kunnen afschrijven;
- een andere wederverkoper die zelf de regeling toepaste;
- een ondernemer of wederverkoper uit een andere lidstaat, mits het een levering betreft als bedoeld in artikel 314, onder b, c of d van de BTW-richtlijn 2006.
De praktische gevolgtrekking: een auto die je van een leasemaatschappij of uit een wagenpark koopt waar de btw is afgetrokken, valt hier niet onder. Die verkoop je als btw-auto, hoe identiek hij verder ook is aan de margeauto ernaast.
Wat betekent het verschil in de praktijk?
- Waarover wordt geheven
- MargeautoAlleen over je winstmarge (art. 28b lid 1)
- Btw-autoOver de hele vergoeding (art. 8 lid 1)
- Btw op de factuur
- MargeautoNiet apart vermeld
- Btw-autoApart vermeld
- Zakelijke koper kan terugvragen
- MargeautoNee
- Btw-autoJa
- Sterkste kopersgroep
- MargeautoParticulier
- Btw-autoZakelijk / ondernemer
- Bepaald door
- MargeautoVan wie jíj inkocht
- Btw-autoVan wie jíj inkocht
Let op de laatste rij: in beide gevallen bepaalt de inkoop de status, niet het voertuig. Dezelfde auto kan bij een volgende schakel een andere status krijgen.
Hoe reken je de btw over de marge?
Twee bepalingen samen geven het antwoord. Artikel 28b zegt dat de belasting over de winstmarge gaat. Artikel 8, tweede lid bepaalt dat de vergoeding het bedrag is dat in rekening wordt gebracht, de omzetbelasting niet daaronder begrepen. De marge is dus een bedrag exclusief btw, terwijl je verkoopprijs richting een particulier juist inclusief btw is.
Werk je dat uit met verkoopprijs P (inclusief btw), inkoopprijs I en te betalen btw B, dan geldt B = 21% × (P − B − I). Naar B herschreven blijft over:
Factor over P − I
21/121
Volgt uit art. 28b samen met art. 8 lid 2.
Algemeen tarief
21%
“De belasting bedraagt 21 percent” — art. 9.
Marge · per tijdvak
28b · 28d
Wet op de omzetbelasting 1968.
Rekenvoorbeeld: inkoop € 9.000, verkoop € 11.000. Marge € 2.000, af te dragen btw € 2.000 × 21/121 = € 347. Bij dezelfde auto als btw-auto zou de heffing over de hele vergoeding lopen — een heel ander bedrag, en een andere prijs richting je koper.
Wat doet de globalisatieregeling?
Artikel 28d maakt het in aangewezen gevallen mogelijk de belasting niet per auto maar “over de winstmarge per tijdvak van aangifte” te berekenen: de som van de vergoedingen in die periode tegenover de som van de inkopen. Dat verzacht het effect van een auto die met verlies weggaat, omdat die binnen de periode verrekent met de auto’s die winst maakten.
Wat betekent dit voor je inkoopbeslissing?
De status verandert wie je koper is. Een margeauto is voor een ondernemer effectief duurder omdat hij niets kan terugvragen; een btw-auto is bij dezelfde marge juist minder scherp voor een particulier. Stel de status daarom vast vóórdat je biedt, niet erna — anders reken je je uitstapprijs uit op een kopersgroep die de auto niet gaat kopen.
Hoe je die uitstapprijs opbouwt uit verwachte opbrengst, voorbereiding, garantie en kapitaalbeslag staat in de inkoopchecklist. Hoe lang je rekening moet houden met standtijd — en wat dat kost — staat in stagedagen en afprijzen. Voor importvoertuigen komt de BPM er nog bij; die rekensom staat in BPM 2026 berekenen. De actuele prijsspreiding per model vind je in de marktwaarde-index.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een margeauto en een btw-auto?
Bij een btw-auto berekent de verkoper omzetbelasting over de hele vergoeding en kan een zakelijke koper die terugvragen. Bij een margeauto berekent de wederverkoper de belasting alleen over zijn winstmarge, en staat er geen btw apart op de factuur. Voor een zakelijke koper is er dan niets terug te vragen; voor een particulier maakt dat verschil niet uit.
Wanneer mag je de marge-regeling toepassen?
Artikel 28b, tweede lid van de Wet op de omzetbelasting 1968 somt limitatief op van wie het goed aan de wederverkoper geleverd moet zijn: een ander dan een ondernemer, een ondernemer met een vrijgestelde levering, een ondernemer die de kleineondernemersregeling toepast op een bedrijfsmiddel, een andere wederverkoper die de regeling zelf toepaste, of een ondernemer of wederverkoper uit een andere lidstaat onder de BTW-richtlijn. Buiten die lijst mag het niet.
Hangt de marge-regeling aan de auto of aan de verkoper?
Aan de herkomst, niet aan het voertuig. Dezelfde auto kan bij de ene verkoper onder de marge-regeling vallen en bij de volgende niet, afhankelijk van hoe hij is ingekocht. Daarom is “het is een margeauto” geen eigenschap die je uit het kenteken afleest maar iets wat uit de inkoopfactuur moet blijken.
Hoe bereken je de btw over de winstmarge?
De belasting wordt berekend over de winstmarge (artikel 28b, eerste lid), en de vergoeding is volgens artikel 8, tweede lid het bedrag exclusief omzetbelasting. Uit die twee samen volgt dat je bij een verkoopprijs inclusief btw rekent met (verkoopprijs − inkoopprijs) × 21/121. Het algemene tarief is 21 procent (artikel 9).
Wat is de globalisatieregeling?
Een variant waarbij de belasting niet per auto maar per aangiftetijdvak over de totale marge wordt berekend, geregeld in artikel 28d. Dat verzacht het effect van individuele verliesposten: een auto met verlies verrekent binnen de periode met auto’s met winst. De regeling geldt in bij ministeriële regeling aangewezen gevallen.
Staat het woord “margeregeling” in de wet?
Nee. De Wet op de omzetbelasting 1968 gebruikt de term nergens, net zomin als “globalisatieregeling”. De wet spreekt van belasting die wordt berekend over de winstmarge (artikel 28b) en over de winstmarge per tijdvak van aangifte (artikel 28d). De gangbare namen zijn praktijktermen.
Waarom is dit belangrijk bij inkoop?
Omdat het je uitstapprijs en je kopersgroep bepaalt. Een margeauto is voor een zakelijke koper effectief duurder, want hij kan niets terugvragen; een btw-auto is voor een particulier juist minder aantrekkelijk geprijsd bij dezelfde marge. Wie de status pas ná inkoop vaststelt, ontdekt achteraf dat hij op de verkeerde groep heeft gerekend.
Alle aangehaalde bepalingen komen uit de Wet op de omzetbelasting 1968 (geraadpleegd 12 augustus 2026, versie per 1 januari 2026). Dit artikel legt uit wat er in de wet staat en is geen fiscaal advies; leg je eigen situatie voor aan je accountant of adviseur.